zondag Quinquagesima
Voorganger: ds. H.J. Prosman
Organist: Dhr. Ad van Pelt
Ouderling: Mevr. Annemarie Rietveld
Diaken: Dhr. Steven de Feij
De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist
https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG
Orgelspel
Welkom en mededelingen
Zingen Psalm 5:1
Bemoediging en groet
Zingen Lied 632:1,2,3
Gebed van verootmoediging en genadeverkondiging
Zingen Lied 833:1
Moment met de kinderen
Gebed
Zingen Zingen: ‘Wij gaan voor even uit elkaar’
1 O verbreker aller banden,
Gij die ons vertrouwen zijt,
bij wie schade zelfs en schande
hemel wordt en heerlijkheid, –
tuchtig Adams trotse zonen
in hun eigenzinnigheid,
tot Ge_uw aangezicht zult tonen
en hen uit de kerker leidt.
5 Duur hebt Gij uw volk verworven
en alleen van U zijn wij.
Heer, zowaar Gij zijt gestorven,
maak ons nu ook waarlijk vrij.
O, uw heil zal spoedig komen,
Gij laat ons niet ledig staan:
schoner dan de schoonste dromen
breekt de dag der vrijheid aan.
1e lezing: Genesis 4: 1-14
Adams zonen
1De mens had gemeenschap met Eva, zijn vrouw, en zij werd zwanger en bracht Kaïn ter wereld. ‘Met de hulp van de HEER,’ zei ze, ‘heb ik het leven geschonken aan een man!’ 2Daarna bracht ze zijn broer Abel ter wereld. Abel werd herder, Kaïn werd landbouwer. 3Na verloop van tijd bracht Kaïn de HEER een offer van de opbrengst van het land. 4Ook Abel bracht een offer: van de eerstgeboren dieren van zijn kudde offerde hij de beste stukken vlees. De HEER schonk aandacht aan Abel en zijn offer, 5maar aan Kaïn en zijn offer niet. Dat maakte Kaïn woedend, zijn blik werd donker. 6De HEER zei tegen hem: ‘Waarom ben je zo kwaad, waarom kijk je zo donker? 7Handel je goed, dan kun je toch iedereen recht in de ogen kijken? Handel je slecht, dan ligt de zonde op de loer, begerig om jou in haar greep te krijgen; maar jij moet sterker zijn dan zij.’ 8Kaïn zei tegen zijn broer Abel: ‘Laten we het veld in gaan.’ Toen ze daar waren, viel hij zijn broer aan en sloeg hem dood. 9Toen vroeg de HEER: ‘Waar is Abel, je broer?’ ‘Dat weet ik niet,’ antwoordde Kaïn. ‘Moet ik soms waken over mijn broer?’ 10‘Wat heb je gedaan?’ zei de HEER. ‘Hoor toch hoe het bloed van je broer uit de aarde naar Mij schreeuwt. 11Daarom: vervloekt ben jij! Ga weg van deze plek, waar de aarde haar mond heeft opengesperd om het bloed van je broer uit jouw hand te ontvangen. 12Ook al bewerk je het land, het zal je niets meer opbrengen. Dolend en dwalend zul je over de aarde gaan.’ 13Kaïn zei tegen de HEER: ‘Die straf is te zwaar. 14U verjaagt mij nu van deze plek en ik mag U niet meer onder ogen komen, en als ik dan dolend en dwalend over de aarde moet gaan, kan iedereen die mij tegenkomt mij doden.’
Zingen Lied 647:1,2,3,4
evangelielezing Marcus 3:20-30
Jezus, de schriftgeleerden en zijn verwanten
20Hij ging terug naar huis, en weer verzamelde zich een menigte, zodat ze zelfs niet de kans kregen om wat te eten. 21Toen zijn verwanten hiervan hoorden, gingen ze op weg om Hem, desnoods onder dwang, mee te nemen, want volgens hen had Hij zijn verstand verloren. 22Ook de schriftgeleerden die uit Jeruzalem gekomen waren, zeiden: ‘Hij is bezeten door Beëlzebul,’ en: ‘Dankzij de vorst der demonen kan Hij demonen uitdrijven.’ 23Toen Hij hen bij zich geroepen had, sprak Hij tot hen in gelijkenissen: ‘Hoe kan Satan zichzelf uitdrijven? 24Als een koninkrijk innerlijk verdeeld is, kan dat koninkrijk niet standhouden; 25als een gemeenschap innerlijk verdeeld is, zal die gemeenschap niet kunnen standhouden. 26En als Satan tegen zichzelf in opstand komt en innerlijk verdeeld is, kan ook hij niet standhouden, maar gaat hij zijn einde tegemoet. 27Bovendien kan niemand het huis van een sterke man binnengaan om zijn inboedel te roven, als hij die man niet eerst vastgebonden heeft; pas dan kan hij zijn huis leeghalen. 28Ik verzeker u: alle wandaden en godslasteringen, hoe erg ook, kunnen de mensen worden vergeven, 29maar wie lastertaal spreekt tegen de heilige Geest, krijgt in alle eeuwigheid geen vergeving, want zo iemand is schuldig aan een onuitwisbare zonde.’ 30Dit omdat ze gezegd hadden: ‘Hij is bezeten door een onreine geest.’
Preek
Zingen Lied 601:1,2,3
Geloofsbelijdenis (Gezamenlijk gesproken)
Zingen Psalm 89:1
Dankgebed, voorbeden, Onze Vader
Slotlied Lied 435:1,5
Zegen
Gezongen Amen