Voorganger: ds. A. Sneep, Amstelveen
Organist: Dhr. Ad van Pelt
Ouderling: Mevr. Annemarie Rietveld
Diaken: Dhr. Steven de Feij
De diensten zijn te volgen via kerkdienst-gemist
https://kerkdienstgemist.nl/stations/2491-Nieuwkoop-HG
Orgelspel
Welkom en mededelingen
intochtslied/ psalm 43: 1, 3 en 4
Stil gebed
Votum en Groet
Verootmoediging/ geboden Exodus 20: 1-17
1Toen sprak God deze woorden:
2‘Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.
3Vereer naast Mij geen andere goden.
4Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hierboven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde. 5Kniel er niet voor neer en vereer ze niet, want Ik, de HEER, uw God, duld geen ontrouw. Als ouders Mij haten en zondigen, roep Ik hun kinderen daarvoor ter verantwoording, tot in het derde en vierde geslacht; 6maar als ze Mij liefhebben en doen wat Ik gebied, bewijs Ik mijn trouw tot in het duizendste geslacht.
7Misbruik de naam van de HEER, uw God, niet, want wie zijn naam misbruikt laat Hij niet vrijuit gaan.
8Houd de sabbat in ere als een heilige dag. 9Zes dagen lang kunt u werken en al uw arbeid verrichten, 10maar de zevende dag is de sabbat, die gewijd is aan de HEER, uw God; dan mag u niet werken. Dat geldt voor u, voor uw zonen en dochters, voor uw slaven en slavinnen, voor uw vee, en ook voor vreemdelingen die bij u in de stad wonen. 11Want in zes dagen heeft de HEER de hemel en de aarde gemaakt, en de zee met alles wat er leeft, en op de zevende dag rustte Hij. Daarom heeft de HEER de sabbat gezegend en geheiligd.
12Toon eerbied voor uw vader en uw moeder. Dan zult u lang leven in het land dat de HEER, uw God, u geven zal.
13Pleeg geen moord.
14Pleeg geen overspel.
15Steel niet.
16Leg over een ander geen vals getuigenis af.
17Zet uw zinnen niet op het huis van een ander, en evenmin op zijn vrouw, op zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, of wat hem ook maar toebehoort.’
Zingen Lied 299e; Psalm 126
Gebed bij de opening van het Woord
( Kinderen gaan naar nevendienst in morgendienst)
Schriftlezing: O.T.: Jesaja 5:1-7 (NBV)
Het lied van de wijngaard
1Voor mijn geliefde wil ik zingen het lied van mijn lief en zijn wijngaard. Mijn geliefde had een wijngaard, op een vruchtbare helling gelegen.
2Hij bewerkte de grond, haalde de stenen eruit en plantte een edele druivensoort. Hij bouwde er een wachttoren, hakte ook een perskuip uit. Hij verwachtte veel van zijn wijngaard, maar die bracht slechts wrange druiven voort.
3‘Welnu, inwoners van Juda en Jeruzalem, spreek recht tussen mij en mijn wijngaard.
4Wat kon ik meer aan mijn wijngaard doen, wat heb ik te weinig gedaan? Ik verwachtte zoveel van mijn wijngaard, waarom bracht hij slechts wrange druiven voort?
5Luister, ik zal jullie vertellen wat ik met mijn wijngaard ga doen: Ik ruk de doornhaag uit en breek de muur af, zodat hij vertrapt en geplunderd kan worden.
6Ik zal hem laten verwilderen, er wordt niet meer gesnoeid, niet meer gewied, dorens en distels schieten er op. De wolken zal ik opdragen geen regen op hem te laten vallen.’
7Israël is de wijngaard van de HEER van de hemelse machten, de gekoesterde planten zijn de inwoners van Juda. Hij verwachtte recht, maar oogstte onrecht, Hij zocht rechtsbetrachting, maar vond rechtsverkrachting.
Zingen Lied: 537
Schriftlezing: N.T.: Lukas 20:9-19 (NBV)
9Hij vertelde de menigte de volgende gelijkenis: ‘Een man legde een wijngaard aan en verpachtte die aan wijnbouwers, waarna hij voor geruime tijd op reis ging. 10Toen de oogsttijd was gekomen, stuurde hij een knecht naar de wijnbouwers om zijn deel van de opbrengst in ontvangst te nemen. Maar de wijnbouwers mishandelden hem en stuurden hem met lege handen weg. 11Daarna stuurde hij een andere knecht. Ook die werd afgeranseld, en nadat ze hem hadden vernederd stuurden ze ook hem met lege handen weg. 12De eigenaar stuurde toen een derde knecht, maar ook die werd afgetuigd en de wijngaard uit gegooid. 13Toen zei de eigenaar van de wijngaard: “Wat moet ik doen? Ik zal mijn geliefde zoon naar hen toe sturen, voor hem zullen ze toch wel ontzag hebben.” 14Toen de wijnbouwers hem zagen, overlegden ze met elkaar: “Dat is de erfgenaam! Laten we hem doden, dan is de erfenis voor ons.” 15En ze gooiden hem de wijngaard uit en doodden hem. Wat zal de eigenaar van de wijngaard nu met hen doen? 16Hij komt zelf, hij doodt de wijnbouwers en geeft de wijngaard aan anderen.’ Toen de mensen dit hoorden, zeiden ze: ‘Dat nooit!’ 17Maar Hij keek hen aan en vroeg: ‘Wat betekent dan wat er geschreven staat: “De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden”? 18Iedereen die over die steen struikelt, valt te pletter, en degene op wie die steen valt, wordt vermorzeld.’ 19De schriftgeleerden en hogepriesters, die begrepen dat Jezus deze gelijkenis met het oog op hen verteld had, wilden Hem op dat moment laten grijpen, maar ze waren bang voor de reactie van het volk.
Zingen Lied: 547: 1 t/m 3
Uitleg en prediking
( Kinderen komen terug in de kerk, de lamp wordt op zijn plaats gezet )
Meditatief orgelspel
Zingen Lied 547: 4 t/m 6
Geloofsbelijdenis (gezongen Lied 340B )
ZWO Commissie lid
Dankgebed en voorbeden – stil gebed – gezamenlijk “Onze Vader”
Collecte
Slotlied: lied 969: 1 t/m 4
Heenzending en zegen
Gezongen Amen